zaterdag 14 november 2009

Eerste ervaringen met Android op T-Mobile Pulse

Sinds een week of vier maak ik gebruik van de T-Mobile Pulse met het Android besturingssysteem. Tijd voor een eerste evaluatie.

Eerst het toestel zelf. Het is een mooi, strak en slank apparaat. Het voelt stevig aan (het is al een paar keer gevallen, en doet het nog steeds) en het schermpje is aanmerkelijk ruimer en mooier dan dat van de HTC S710 die ik hiervoor had. Ik heb wel wat moeite met het touch-screen, maar misschien heb ik gewoon te lompe vingers.

Het software platform is alles wat ik er van verwacht had: spartaans, want gemaakt om naar eigen wens in te richten, maar met alle noodzakelijke onderdelen. Wel jammer dat T-Mobile het nodig heeft gevonden om deze 'cleane' configuratie te vervuilen met RoadSync en ServoSearch. Als iemand mij kan vertellen hoe ik die van mijn apparaat af krijg, dan hoor ik dat graag...

Wat me in al die jaren met Windows Mobile niet of slecht lukte, ging met Android meteen: moeiteloos aansluiten op ons WLAN thuis. Daarmee wordt het draadloos surfen thuis een stuk sneller en goedkoper. En dat is handig, want er valt veel te ontdekken op de Android Market.

Op dit moment ziet mijn lijstje met favoriete (gratis) apps er zo uit:
Maar een aantal apps is voor verbetering vatbaar:
En er zijn ook nog apps die ik mis:
  • commando's via spraakherkenning (werkte probleemloos op mijn voorgaande drie telefoons)
  • een eenvoudig tooltje om mijn uren op te registreren
  • een tooltje waarmee ik in één keer al mijn apps kan bijwerken (nu moet dat nog handmatig één-voor-één)
Suggesties voor deze laatste twee categorieën zijn van harte welkom.

woensdag 21 oktober 2009

Het voordeel en (vooral) de nadelen van e-boeken

Sinds een paar maanden hebben we een e-reader in huis waarmee we e-books kunnen lezen. We hebben namelijk meters en nog eens meters boeken, en de meeste boeken lezen we voor de letters en niet voor de plaatjes of de mooie kaft. Het grote voordeel van e-boeken is dat ze geen ruimte innemen. Niet in je boekenkast en niet in je tas.

Daarmee hebben we het voordeel van e-boeken meteen gehad. Een groot voordeel, maar slechts één.

Een ander eventueel voordeel blijkt helaas niet te bestaan of erg beperkt te zijn: de prijs. E-boeken zijn namelijk niet-of-nauwelijks goedkoper dan pockets. De besparingen die voortkomen uit het omzeilen van drukken, transporteren en verkopen, worden blijkbaar maar mondjesmaat doorgerekend aan de klant. En daarmee verdien je de €300 die je in je e-reader hebt geïnvesteerd nooit meer terug. Electronisch lezen is dus duurder dan lezen van papier.

Tegenover het ene voordeel staat een lijst van nadelen, waarvan de eerste meteen al duidelijk wordt als je boeken wilt gaan lezen: Digital Rights Management. DRM komt er op neer dat niet jij de baas bent over je e-reader en je e-boeken, maar de leveranciers. Zij bepalen welke boeken je kunt downloaden en/of lezen. Zij bepalen wie jouw boeken mag lezen. Zij bepalen zelfs of jij je boek mag houden. Iets dat ik me vooraf niet had gerealiseerd, maar wat me wel tegen de borst stuit. Leermoment dus.

Als je dan een e-boek hebt en gaat lezen, komt het tweede nadeel naar voren. Want hoewel de marketing je anders wil doen geloven, leest een e-reader niet net zo fijn als een echt boek. De letters zijn niet net zo scherp als een boek en het contrast laat te wennen over. Ook is e-inkt storend traag bij het omslaan van de bladzijden. Maar dit zijn nog allemaal kleinigheden, waar je best aan zou kunnen wennen. Echt storend is echter dat je in sommige formaten (met name Mobipocket van Amazon) een dynamische paginering hebt. Dat wil zeggen dat de reader zelf bepaalt waar een pagina begint en eindigt. En dat gebeurt niet altijd even consequent, waardoor de reader soms niet meer weet waar je in het boek was.

Maar vandaag werden we keihard geconfronteerd met het grootste nadeel. Waar papieren boeken weliswaar beduimeld raken na veel lezen, zijn ze feitelijk onverwoestbaar. Uit eigen ervaring weet ik dat een pocket na een ritje door de wasmachine nog steeds meerdere malen gelezen kan worden. Maar een e-reader is kwetsbaar. Na een val van één meter hoogte kan hij onherstelbaar beschadigd zijn. Weg €300.

Misschien komt het door de frustratie van het moment, maar ik geloof niet dat we de e-reader op korte termijn gaan vervangen. Misschien is de techniek nog te jong, en hebben we daardoor last van kinderziektes. Misschien zijn e-readers over een paar jaar robuuster en voordeliger.

En het grootste voordeel van e-booken, ruimtebesparing, kunnen we ook bereiken met diensten als Book-crossing (in potentie overal boeken) en Bookmooch (een goede manier om veel te kunnen lezen, zonder je boekenkast te vullen).

maandag 19 oktober 2009

In de krant

Toch leuk als een project waar je aan hebt mogen bijdragen de regionale krant haalt:

Het is een leuk en informatief stuk. Ook fijn om te lezen dat de reizigers het systeem waarderen. En een beetje mooi weer doet een foto ook nooit kwaad (hoewel de fotograaf er helaas niet in is geslaagd om de informatie op het paneel leesbaar vast te leggen).

zaterdag 3 oktober 2009

Wat is de winst van Windows 7?

Vandaag ben ik er eindelijk aan toegekomen om Windows 7 uit te proberen. En wel Windows 7 Enterprise 90 Days Trial op VirtualBox onder Ubuntu. De installatie-ISO is 2,24 GB groot en leidt tot een virtuele harde schijf van 5,0 GB. Best fors allemaal, zeker als je bedenk dat er niet één applicatie is geïnstalleerd. Ter vergelijking: Windows XP met alle Office applicaties (incl. Projects en Visio) komt maar tot 3,0 GB. Aan de andere kant draait het op 512 MB RAM (zonder applicaties dus), wat me dan weer niet tegenviel.

De installatie was probleemloos. Alleen het geluid werkte niet, maar daar kan ik voor een test-drive wel mee leven. Meteen viel me de dubbeldikke taskbar op. Op deze taskbar staan drie icons die netjes blijven staan en een randje krijgen als je de applicatie start. Precies wat ik fijn vind. Een kleine wijziging, maar wel een prettige.

Ook viel me op dat Internet Explorer 8 standaard geïnstalleerd werd, met alle bijbehorende voorkeuren voor uit Microsoft-stal (Windows Live en Bing). Nu begrijp ik wel dat de uitspraak van de EU niet tot in de VS reikt, maar op deze manier is zo'n uitspraak wel erg makkelijk te omzeilen.

Verder lijkt het allemaal sprekend op Vista, met uitzondering van de vierseizoenen wallpaper en het ontbreken van voortdurende User Access Controll popups. Dus rijst de vraag: wat is de winst van Windows 7? Gelukkig helpt Microsoft ons met dit dilemma door een tabel te verstrekken die Windows XP, Vista en 7 met elkaar vergelijkt. Uit deze tabel blijkt dat XP helemaal niets was, Vista een slap aftreksel, en Windows 7 een geweldenaar.

Maar waarom wordt ik dan niet meteen blij bij het opstarten? Een gevoel dat ik wel heb als ik bijvoorbeeld verwachte features van GNOME3 bekijk. Zo op het eerste gezicht is Windows 7 een mengeling van XP en Vista, waarbij ze de voordelen van beide hebben weten te combineren. Op zich een prima aanpak, maar voor mijn gevoel toch wat mager als je bedenkt dat we bijna acht jaar verder zijn sinds XP het licht zag. Er zal onder de motorkap wel veel veranderd zijn, maar Windows 7 lijkt aan de oppervlakte toch verdacht veel op XP SP4.

donderdag 17 september 2009

KPN: Undefined connection error 31

Vorig jaar heb ik noodgedwongen een UMTS-modem van KPN gekocht. Mijn vaste Internet-aansluiting liet na onze verhuizing te lang op zich wachten, en weken zonder Internet kan ik mij zakelijk niet veroorloven.

Welliswaar was ik zo door mijn 200MB/maand heen, maar het werkte prima. Redelijk snel, overal beschikbaar, en dus een uitkomst in onze noodsituatie. Ook later heb ik er onderweg nog wel eens gebruik van gemaakt. Tot zover glimmend tevreden.

Gisteren had ik mijn mobiele Internet voor het eerst sinds maanden weer nodig. Maar tot mijn teleurstelling werkte het niet meer: Undefined connection error 31. Lekker informatief, zeg maar.

Dus KPN gebeld. Na een lang keuzemenu en evenlang wachten "Het is op dit moment erg druk, wij adviseren het u later opnieuw te proberen" kreeg eindelijk een dame aan de lijn die mij weigerde te helpen. Ik bleek het verkeerde nummer van KPN te hebben gebeld, en moest bij KPN Mobiel zijn.

Pas vandaag kon ik weer de zin maken om het nogmaals te proberen. Na 3 minuten keuzemenu en 4 minuten in de wacht kreeg ik een vriendelijke dame die me doodleuk liet weten dat ze een netwerkwijde storing hadden. Ze hadden het pas vanmorgen ontdekt, maar inmiddels was wel duidelijk dat de storing al gisteren was begonnen. Ze had geen idee wanneer het probleem opgelost zou zijn.

Er zijn me aan dit verhaal een paar dingen opgevallen:
  1. Wat zijn keuzemenu's een ellende. Geef mij maar een vriendelijk persoon aan de lijn die liefst zelf deskundig is of me desnoods met de juiste deskundige door kan verbinden.
  2. Wat een onbeschofterigheid om me opnieuw te laten bellen naar een ander nummer van dezelfde organisatie (met overigens precies hetzelfde keuzemenu en dezelfde wachttijd). Je zou denken dat KPN in staat zou moeten zijn om je door te verbinden, maar nee.
  3. Die zeven minuten dat ik een geautomatiseerde mevrouw aan de lijn had, hadden ze me best kunnen vertellen van de netwerkwijde storing. Dat had een hoop tijd gescheeld. Ook op KPN.com was geen melding te zien.
  4. Hoe is het mogelijk dat KPN pas vandaag ontdekt dat er al sinds gisteren een netwerkwijde storing is? Ik mag toch aannemen dat de juiste werking van hun netwerk 24x7 automatisch wordt bewaakt.
Kortom: ruimschoots ruimte voor verbetering bij KPN.

zondag 13 september 2009

Too much love can kill you

Ik heb inmiddels al jaren een Windows Mobile telefoon. En het gekke is: ik ben nooit blij geweest met het OS. Maar er waren eigenlijk geen fatsoenlijke alternatieven.

Maar nu wel. De grote ommekeer kwam met de iPhone. Die liet in één klap alle concurrentie achter zich. Maar Apple hanteert zo'n akelig, prehistorisch licentiesysteem. En ik heb nu eenmaal de behoefte om zelf de baas te willen zijn over mijn spullen. Maar daar heb ik het al vaak genoeg over gehad. Nu even iets anders.

Het liefst zou ik mijn telefoon vervangen door een Palm Pre. Voor er smartphones kwamen die de PDA en de telefoon combineerden, heb ik jarenlang met veel plezier allerlei Palm PDA's versleten. Ze waren handig, simpel, en er was een ruim aanbod van allerlei aanvullende tooltjes.

Maar het is maar de vraag of de Pre ooit naar Nederland komt. Dus overweeg ik alternatieven. En daarbij is het mij opgevallen hoeveel alternatieven er inmiddels zijn. Zo heb je Android, WebOS, en Maemo. En dan beperkt ik me nog tot de Linux-varianten.

Ik ben een groot voorstander van keuze, maar is dit niet te veel van het goede? Want als ik mij niet sterk vergis zijn de verschillende platformen niet zo opgezet dat applicaties van het ene platform kunnen draaien op het andere. En het aanbod van aanvullende applicaties is volgens mij een belangrijke succesfactor van de iPhone en was zeker één van de redenen dat ik zo blij was met mijn Palm PDA's.

Hoeveel ruimte is er op de markt voor verschillende platformen? Ik denk twee, hooguit drie. De iPhone is voorlopig een gegeven en ik denk dat Microsoft ooit ook één van die posities zal innemen. Dus blijft er hooguit één plek open voor een derde.

Voorlopig heb ik de indruk dat Android de beste kansen maakt met de Android Market. En dat zou betekenen dat ik mijn wens van een Palm Pre beter zou kunnen laten varen en zou moeten kiezen voor een Android telefoon.

Nou ja, zo lang ik er nog mee kan bellen, zing ik het nog even uit met mijn bestaande telefoon. En zodra deze de geest geeft, is de wereld misschien al weer danig veranderd.

donderdag 3 september 2009

TomTom PlusPlus

Nu een groot deel van de auto's is uitgerust met een TomTom (of een navigatiesysteem van een ander merk) ontstaan er volgens mij nieuwe mogelijkheden.

Zo mijmer ik al een tijdje over de mogelijkheid om al die doosjes draadloos aan elkaar te koppelen. Het idee is dat elke auto via een soort Bluetooth aan de auto voor hem gekoppeld is. Er ontstaat dan een keten van apparaten die elkaar gegevens doorgeven, waardoor je veel verder kunt kijken dan het bereik van je draadloze communicatie. Elke auto weet zijn positie, snelheid en route.

De mogelijkheden zijn dan legio: Je navigatiesysteem kan je laten weten dat het niet zinvol is om een auto in te halen omdat deze straks afslaat. Je kan een vroegtijdige waarschuwing krijgen voor stilstaande voertuigen op je route. Minder prettig voor de burger, maar deste meer voor de handhavers van de wet, zijn mogelijkheden van tolpoortjes en om snelheden te meten.

Zo lang niet alle auto's een dergelijk kastje aan boord hebben, wordt het systeem nooit waterdicht. Maar met de genoemde voordelen voor de overheid en de veiligheid valt er wel wat voor te zeggen om het bij wet te verplichten.

Geen idee hoe ver ze zijn met dit soort toepassingen. Maar het ligt zo voor de hand dat iemand er toch al mee bezig moet zijn. Wie heeft een link?

woensdag 2 september 2009

Standaardisatie ten volle benutten

Standaardisatie is goed. Maar dan moet je het wel ten volle benutten.

Ik ben te knieperig om mijn auto uit te rusten met een hands-free kit voor honderden Euro's als het met een Bluetooth 'oortje' ook lukt. Bovendien heeft dat oortje als voordeel dat je er ook buiten de auto mee uit voeten kan. Bijvoorbeeld tijdens het typen.

Een nadeel is echter dat ze zo klein zijn. Ik raak ze regelmatig kwijt.

Maar geen nood, voor een paar tientjes kan je kiezen. Het voordeel van standaardisatie: alle oortjes spreken Bluetooth en kunnen via een USB adapter worden opgeladen. En de consument profiteert.

Maar het verbaast mij dat je bij elk apparaatje een USB-lader krijgt. Dus voor elke headset die ik heb gekocht, maar ook voor verschillende telefoons en PDAs. We hebben er een hele bak vol van. Geen idee waarom de apparaten en de laders niet apart worden aangeboden.

zondag 23 augustus 2009

Dan maar illegaal downloaden?

Onze boekenkasten lopen over. Maar we lezen zo graag. Dus leek een eBook de ideale oplossing. Al je boeken in één handzaam apparaatje.

Om de bekende redenen is het geen Kindle geworden, maar een BeBook. Het is Nederlands product met open source firmware. What's not to like?

Nou dat zal ik vertellen. De problemen met het lezen van boeken in het Mobipocket-formaat zijn al erg genoeg: de paginering maakt soms rare sprongen, waardoor sommige bladzijden niet te lezen zijn. Dus was onze hoop gericht op de nieuwe firmware. En daarin is het probleem inderdaad opgelost, maar dan wel op een heel bijzonder manier.

De nieuwe firmware ondersteunt het Mobipocket-formaat gewoon maar helemaal niet meer. In plaats daarvan worden de epub- en pdf-formaten van Adobe Digital Editions ondersteund. Ik ben blij met de nieuwe formaten (ik was immers niet kapot van Mobipocket), maar het kan toch niet zo zijn dat alle mensen die een bibliotheek hebben opgebouwd alles nu zomaar weg mooien gooien? Toch lijkt dat wel te zijn wat er van ze verwacht wordt.

De reden lijkt bij Amazon gezocht te moeten worden. Amazon schijnt het alleenrecht te willen afdwingen op het gebruik van het Mobipocket-formaat.

Ik trek twee conclusies:
  1. Hoe de eBook-industrie met haar klanten omgaat, gaat werkelijk alle perken te buiten.
  2. Zolang je boeken achter DRM zitten, ben je aan de haaien overgeleverd.
Je wordt haast gedwongen om je boeken dan maar illegaal te downloaden. Voorlopig is mijn hoop gericht op OpenInkpot.

vrijdag 31 juli 2009

Pirates of the... cybernet

Verschillende processen tegen The Pirate Bay houden de gemoederen de laatste tijd aardig bezig. Ook het recente kort geding in Nederland trok internationaal aandacht. Ik volg dit verhaal al een tijdje met belangstelling, omdat ik me incidenteel ook met de juridische aspecten van ICT bezig houd.

De uitspraak van de Nederlandse rechter verbaasde velen. The Pirate Bay is immers een index met links naar bestanden die anderen aanbieden. Een soort telefoonboek dus. En niemand zou het in zijn hoofd halen om KPN te vervolgen omdat er telefoonnummers van criminelen in hun telefoonboek staan. Nu is het bij The Pirate Bay anders, omdat je in alle redelijkheid mag veronderstellen dat zij weten dat hun dienst wordt gebruikt om illegaal bestanden aan te bieden, maar zover is de rechtszaak nooit gekomen, terwijl dat nu juist interessant zou zijn geweest.

De rechtszaak is nooit goed van de grond gekomen, want het vonnis is niet gebaseerd op enig steekhoudend argument, maar op procedurele punten. De gedaagden, noch hun advocaat, zijn namelijk voor de rechter verschenen. Over het algemeen de beste manier om een rechter chagrijnig te maken. De gedaagden beweerden dat ze niet op de hoogte waren van het kort geding, maar de rechter vond dat de aanklager voldoende moeite had gedaan om ze op de hoogte te stellen. En gezien de verschillende kanalen die zijn gebruikt (waaronder email van zowel de gedaagden als The Pirate Bay, aangetekende post aan gedaagden, brieven aan hun advoicaten, en formele dagvaardingen) ben ik geneigd het met de rechter eens te zijn. De gedaagden hadden welliswaar een brief gestuurd om zich te verdedigen, maar de rechter legde dit naast zich neer (alweer omdat de gedaagden niet waren verschenen).

Doordat de oprichters van The Pirate Bay weigerden te verschijnen, is de inhoudelijke discussie helaas uitgebleven. Een discussie waarvan ik graag een uitspraak had gezien.

Persoonlijk denk ik dat Stichting BREIN met een achterhoedegevecht bezig is. Zoals ik in mijn vorige post al betoogde zullen consumenten hun vrijheid eisen zodra de technologie dat toestaat. Persoonlijk ben ik best bereid te betalen voor het downloaden van een muziekbestand, maar niet als er dan allerlei beperkingen aan verbonden zijn. Net zoals ik mijn CD's in elke willekeurige CD-speler kan afspelen, wil ik mijn muziekbestanden op elke willekeurige computer af kunnen spelen. Onafhankelijk van licenties (al of niet afgedwongen door DRM) of besturingssystemen.

Producenten zullen dus op zoek moeten naar een andere bedrijfsmodel. Lastig, want het oude model beviel goed, en velen zijn er stinkend rijk van geworden. Maar nu is er wat anders nodig. Het frappante is dat er voldoende bands zijn die dat al doen. Of misschien moeten we dan denken aan oplossingen (rond 1:00 min) zoals Ubisoft die in gedachten heeft: toegevoegde waarde van legale software boven illegale. In elk geval is dat een constructievere aanpak dan het zoveelste proces.

donderdag 30 juli 2009

Classic pincer movement

Volgens mij hoorde ik via Hannibal Smith voor het eerst over de classic pincer movement. Een tactiek waarbij je je tegenstander insluit door hem via een omtrekkende beweging van twee kanten aan te vallen.

En volgens mij is dat precies wat Microsoft bij Google probeert. Aan de ene kant pareren ze de aanval van Google Docs door ook Microsoft Office online aan te gaan bieden. Van de andere kant heeft Microsoft met Yahoo een geschikte partner gevonden om Google aan te vallen op het gebied van online advertenties.

'The plot thickens.'

zondag 26 juli 2009

Krokodillentranen Nederlandse softwarebedrijven

De krokodillentranen van een aantal Nederlandse softwarebedrijven in hun klaagzang over de schade die het NOiV aan zou richten toont maar weer eens aan hoe vastgeroest deze bedrijven zijn. Zij leven nog in de achterhaalde veronderstelling dat zij consumenten blijvend aan zich kunnen binden door restrictieve licenties. En zij schrikken zich een ongeluk nu blijkt dat de consument dat niet langer pikt.

Toch zou het geen verrassing mogen zijn. Het is namelijk een terugkerend patroon. De consument accepteert onvolmaakte oplossingen met knellende voorwaarden zolang een technische oplossing nog schaars is. Maar de eisen van de consument worden scherper zodra de technische oplossing meer algemeen beschikbaar wordt.

Denk aan PC's. Aanvankelijk accepteerden we dat elke leverancier zijn eigen randapparatuur vereiste. Maar tegenwoordig vinden we het niet meer dan normaal dat elke printer op elke PC werkt: het stekkertje past, de computer herkent het apparaat, en de printer verschijnt in het lijstje van mijn tekstverwerker.

Of denk aan spelcomputers. Vroeger moest je voor elk spel een apart apparaat kopen. Later kreeg je generieke spelcomputers en tegenwoordig speel je veel spellen gewoon op je PC. Spelcomputerfabrikanten kunnen alleen marktaandeel behouden door zich voortdurend te verbeteren. En dat is goed.

Dit is ook de toekomst voor de Kindle en de App Store. Consumenten accepteerden de absurde voorwaarden van deze services zolang de digitale boeken en de iPhone nog relatief nieuwe technologieën waren. Maar consumenten eisen hun vrijheid terug zodra er alternatieven op de markt komen. De oorspronkelijke leveranciers zullen zich beklagen over de onbetrouwbaarheid van de consument en met man-en-macht proberen om de consument in hun greep te houden, maar in een gezonde markt zal de consument deze strijd altijd winnen.

Een enkele leverancier weet zijn machtspositie zo ver uit te bouwen dat de markt niet langer naar behoren werkt. Dit lukt echter maar zo zelden dat het geen verstandige strategie is voor een nieuw bedrijf of nieuw product. Beter is het om te concurreren zoals in elke andere gezonde bedrijfstak: om klanten aan mij te binden, moet ik beter zijn dan mijn concurrent. Dus luister naar je klanten en bied oplossingen voor zijn problemen. Dus investeer in een R&D-afdeling en bezuinig op je juridische afdeling.

Leveranciers die de overgang van concurrentie op basis van macht naar concurrentie op basis van kwaliteit nog niet hebben gemaakt, vertonen het gedrag zoals de vier Nederlandse softwareleveranciers waar ik dit verhaal mee begon. In plaats van naar de markt te luisteren, beklagen zij zich dat de consument het verkeerd begrijpt en onredelijke eisen stelt. Zij menen dat de markt de leveranciers tekort doet. Alsof de klanten er zijn om de leveranciers te helpen, in plaats van andersom.

maandag 22 juni 2009

CLI meets NLP meets browser

Tijdens de laatste fase van mijn studie heb ik mij verdiept in natural language processing (NLP). Voor mijn afstudeerproject heb ik onderzocht hoe je tekst van mensen kon laten lezen door een computerprogramma. Het idee was dat de gebruiker zijn vragen in zou typen en de computer daar dan antwoorden op zou geven. Dit was nog voor de tijd dat het web gemeengoed was.

Kort daarna, toen ik net begon te werken, had ik een studiegenoot die nog een beetje verder studeerde. In een wereld waarin grafische user interfaces (GUIs) de nieuwe norm waren, onderzocht hij of command line interfaces (CLIs) niet efficienter waren. Ik vond toen al dat hij een goed punt had: voor veel taken en gebruikers is een GUI ideaal, maar voor sommige taken en gebruikers is een CLI toch beter. Ik start nog steeds regelmatig een terminal op om taken uit te voeren met UNIX-commando's.

Vandaag ontdekte ik Ubiquity van Mozilla Labs en vorige week zag ik Thymer. Beide tools laten zien hoe je in een webomgeving commando's kunt invoeren die veel op natuurlijke taal lijken. In beide gevallen kent het tool een paar simpele commando's en wordt achter de schermen de tekst rond de commando's geanalyseerd om parameters voor de commando's te achterhalen. Het resultaat is erg krachtig: je omzeilt pagina's vol invoervelden door het invoeren van een simpel zinnetje.

Ubiquity heeft nog twee extra voordelen. Ten eerste is het niet toepassingspecifiek, zoals Thymer, maar maakt het deel uit van de browser. Daarnaast is het er voor gebouwd is dat je er heel eenvoudig eigen commando's aan toe kunt voegen. Ik geloof niet dat Thymer bovenop Ubiquity is gebouwd, maar dat had wel heel goed gekund.

Ik krijg allemaal visioenen hoe deze technologie kan worden gecombineerd met bijvoorbeeld Twitter, microformats en spraakherkenning en verwacht dat we hier nog wel meer van zullen horen.

vrijdag 19 juni 2009

5 redenen om voor open source software te kiezen

Waarom gebruik ik open source software? (En dan bedoel ik niet hier een daar een tooltje, maar een compleet systeem, in mijn geval Ubuntu.)

Daar zijn vele goede redenen voor. Hieronder geef ik vijf goede redenen voor de gemiddelde thuisgebruiker:

1. Het kan

Er is geen enkele reden meer om het niet te doen. Al je dagelijkse computergebruik wordt prima ondersteund door open source software. Soms zijn open source toepassingen een beetje beter dan gesloten software, soms een beetje minder, maar door de bank genomen zullen er weinig thuisgebruikers zijn die niet prima in hun behoefte kunnen voorzien met open source software.

Je moet wel even de stap nemen om het besturingssysteem dat je computerleverancier ongevraagd op je computer heeft geplaatst te vervangen door een besturingssysteem dat je eigenlijk wilt. Maar daarna is het vinden en installeren van al je favoriete toepassingen een fluitje van een cent. Eenvoudiger zelfs dan met gesloten software, want alle toepassingen zijn al voor je onder één paraplu samengebracht en georganiseerd. Geen leveranciers meer die proberen je systeem over te nemen of niet willen dat je software van de concurrent gebruikt. Wat een gemak!

2. Het mag

Open source software is 100% legaal.

Dus je hoeft je niet meer schuldig te voelen dat je stiekum een illegale versie van Windows 7, Paintshop of Microsoft Office hebt gedownload, maar je kunt frank en vrij verkondigen dat je Ubuntu, GIMP en OpenOffice gebruikt.

3. Het is leuk

Open Source Software kan je helemaal naar je eigen smaak samenstellen en inrichten.

Geen irritante popups dat de leverancier van de software geen overeenkomst met Microsoft heeft gesloten en dus misschien niet te vertrouwen is. In plaats daarvan krijg je software die door medegebruikers is getest om te kijken of het naar behoren werkt.

Geen software die stiekum je gegevens doorsluist, of je ongewenst van reclame voorziet. Want open source software kan op dat soort misstanden worden gecontroleerd en heeft dat daarom dus niet.

In plaats daarvan krijg je een ruime keuze aan mogelijkheden. En jij bent degene die kiest. Wil je Thunderbird, Evolution of Mutt gebruiken om je email te lezen? Je zegt het maar. En vind je al dat kiezen maar lastig? Ook al geen probleem: dan heeft Ubuntu zijn eigen voorkeuren die standaard worden geïnstalleerd.

En dan kan je de look & feel nog helemaal naar je eigen smaak aanpassen. Vind je de Mac geweldig mooi? Geen probleem. Wil je een functionaliteit in Firefox die er standaard niet inzit? Waarschijnlijk is er een addon voor.

4. Het is goed

Open source software is niet alleen legaal, het is zelfs goed. Je steunt er een goed doel mee: het vrijmaken van computergebruik.

De softwarewereld wordt teveel gedomineerd door een paar grote spelers, waarvan Microsoft voor de thuisgebruiker het bekendst is. Monopolies zijn schadelijk voor de consument: ze beperken keuzevrijheid en ze remmen innovatie. Door te kiezen voor open source software help je een alternatief in stand te houden.

5. Het is cool

Of vet, of gaaf, afhankelijk van de laatste trends in het woordgebruik en de mate waarin je je daar iets van aan trekt.

Door open source software te gebruiken onderscheid je je van de meute. Omdat je open source software helemaal naar eigen wens kan inrichten, wordt je computer individueel, van jou, eigen. Dat geeft leuke, verbaasde reacties: goh, kan dat ook?

Ja, maar...

... zijn er dan geen nadelen? Natuurlijk wel.

Ten eerste moet je de stap nemen om zelf een besturingssysteem te installeren. Ik heb eerder al aangegeven welke mogelijkheden er zijn om die stap minder eng te maken.

Daarnaast is er wel erg veel keuze. Dat maakt het kiezen soms moeilijk. Zoals gezegd heeft Ubuntu, net als alle andere distributies, daarom alvast een voorkeur voor je geselecteerd. Hierdoor kan je ook zonder te kiezen direct aan de slag. Je hebt dus zelfs de vrijheid om niet te kiezen.

Voor heel specifieke toepassingen zijn geen goede open source alternatieven. Zo heb ik nog geen prettige vervanging gevonden voor Visio. Dia doet wel wat, en met BOUML kan ik UML modelleren, maar het is net niet je dat. Zo zijn er ook mensen die GIMP geen volwaardige vervanging vinden voor Photoshop. Maar voor de meeste gebruikers (zeker degenen die vooral Internetten) is dit allemaal niet relevant.

En dan zijn er de drivers: Lang niet alle hardwareleveranciers leveren drivers voor Linux of de gegevens die nodig zijn om zulke drivers te maken. Daarom blijft het voor sommige apparaten moeizaam om ze op een Linux-systeem aan te sluiten. Toetsenborden en muizen zijn geen enkel probleem, maar webcams en printers worden al moeilijker. Dit is volgens mij het belangrijkste obstakel voor mensen die willen overstappen.

Tenslotte is er de compatibiliteit tussen bestandsformaten (maar ook tussen toepassingen die hetzelfde bestandsformaat gebruiken). Het lezen van documenten die Microsoft Office zijn gemaakt is geen probleem meer, al gaat er nog wel eens iets mis met de layout. Maar als je zelf in OpenOffice werkt en je werkt aan een document samen met iemand die Microsoft Office gebruikt, dan wordt het al lastiger, omdat je het document dan verschillende keren heen-en-weer converteerd. En met minder algemene bestandsformaten (voor mij is dat bijvoorbeeld Microsoft Project) wordt het al snel lastiger. Voor degenen die hun PC vooral gebruiken om te Internetten is dit echter nauwelijks een probleem en PDF is voor het uitwisselen van bestanden die niet bewerkt hoeven te worden natuurlijk een prima oplossing.

Conclusie

Voor mij wegen de voordelen ruimschoots op tegen de nadelen. En ik denk dat de Internettende thuisgebruiker nauwelijks hinder zal ondervinden van de nadelen. Dus: gewoon doen!

maandag 15 juni 2009

Wie heeft ervaring met de Palm Centro?

Vandaag zag ik voor het eerst informatie over de Palm Centro. Zou ik die het afgelopen jaar over het hoofd hebben gezien?

Het lijkt precies wat ik zoek: Palm, simpel en betaalbaar. Ook de reviews zijn lovend.

Het belangrijkste minpuntje dat ik heb kunnen vinden is het ontbreken van voice dialing. De Centro heeft wel MobileVoiceControl, maar dat vereist dat elk commando naar een centrale server wordt gestuurd om geïnterpreteerd te worden. Dat kost tijd en verzendkosten.

En laat voice dialing nu net een functie zijn dat ik veel gebruik. Vooral in de auto, maar ook als ik te lui ben om door mijn contactpersonen te bladeren. Gelukkig is er een applicatie te koop (à $15) dat het gat opvult: VoiceDialit.

donderdag 11 juni 2009

Ubuntu voor bangerikken

De echte helden gooien Microsoft van hun PC/laptop en vervangen het genadeloos door hun favoriete Linux-distributie.

Voor de rest van ons ligt het iets genuanceerder.

Gelukkig zijn er verschillende gulden middenwegen. Ik kende er al vele en voor Ubuntu Linux heb ik net geëxperimenteerd met een zoveelste variant, dus werd het tijd om één-en-ander eens op een rijtje te zetten.

Ten eerste kan je je systeem dual boot inrichten. Dat wil zeggen dat je bij het opstarten de keuze krijgt tussen Windows en Ubuntu. Deze keuze vereist dat je je harde schijf opknipt in verschillende partities. Ten minste twee: één voor Windows en één voor Ubuntu. Persoonlijk heb ik er nog twee partities bij: één voor belangrijke documenten (werk en privé) en één voor media (vooral mp3). Het voordeel van deze extra partities is dat ze zowel vanuit Windows als vanuit Ubuntu te gebruiken zijn. Ik heb in beide omgevingen dus toegang tot mijn bestanden.

Een variant hierop is de Live CD. In dit geval haal je een CDROM-image van het Web en brandt je dat op de CDROM. Bij het opstarten van je laptop kies je dan uit het boot menu de optie om van de CDROM op te starten en vervolgens heb je het besturingssysteem van je keuze tot je beschikking. Het voordeel is dat je systemen kunt proberen zonder iets aan je computer te veranderen. Geen partities, geen bestanden op je harde schijf. Het nadeel is dat het werken van CDROM erg traag is. Dit beïnvloedt natuurlijk je beleving van het systeem. Bovendien gaat alles wat je op het systeem doet verloren als je afsluit. Je kunt op de CDROM immers geen bestanden opslaan. Maar voor een eerste impressie is het een goede oplossing, en meestal kan je van de CDROM het besturingssysteem ook definitief op je computer installeren.

De derde mogelijkheid is het gebruik van virtualisatie. De populairste toepassing hiervoor is VMWare, maar je kunt ook kiezen voor Qemu of Virtual Box. Met virtualisatie kan je het ene besturingssysteem binnen het andere draaien. Je kunt dus Ubuntu als je hoofdbesturingssysteem kiezen en Windows opstarten in een virtuele machine als je een applicatie nodig hebt waarvoor geen Open Source alternatief beschikbaar is. Het voordeel van deze oplossing is dat je meerdere besturingssystemen tot je beschikking hebt, waartussen je met een druk op de knop kunt wisselen. Het geeft je ook de mogelijkheid om relatief eenvoudig met verschillende besturingssystemen te spelen. Zie de Free OS Zoo voor images van veel gratis besturingssystemen.

De vierde optie die tot je beschikking staat is Wine. Wine is bedoeld om individuele Windows applicaties binnen Linux te kunnen draaien. Internet Explorer lijkt dan net een gewone Linux-applicatie. Dit is anders dan zoals bijvoorbeeld ReactOS, die een poging doen om een Open Source Windows te realiseren. Wine is een zogenaamde vertaallaag bovenop Linux en ReactOS is een compleet besturingssysteem naast Linux. Hoewel Wine een nobel streven is, heeft het voor mij nooit gewerkt. Maar op het Web zijn voldoende berichten te lezen van mensen die er wel veel plezier van hebben.

Nog een vijfde alternatief is Cygwin dat een complete verzameling GNU/Linux tools biedt die gewoon binnen Windows draaien. Daarmee is het dus zo'n beetje het omgekeerde van Wine (de technische oplossing is anders, vertaallaag vs compileren voor een ander doelplatform, maar voor de gebruiker is dat minder relevant). En in tegenstelling to Wine werkt Cygwin als een zonnetje. Ik gebruik het veel om krachtige commando's als find en grep te kunnen gebruiken als ik toch onder Windows moet werken.

De nieuwste mogelijkheid om Ubuntu te draaien is Wubi. Deze aanpak lijkt op dual boot, maar is subtiel anders. Ubuntu draait nu namelijk niet van zijn eigen partitie, maar van een bestand binnen Windows. Dit geeft je de mogelijkheid om Ubuntu uit te proberen zonder dat je je harde schijf hoeft te verbouwen, maar ook zonder het verlies in prestaties die bij virtualisatie horen. Bij het opstarten kies je (net als bij dual boot) namelijk al tussen Windows en Ubuntu. Toen ik Wubi uitprobeerde gaf dat het verwarrende verschijnsel dat ik eerst in GRUB moest kiezen tussen mijn 'echte' Ubuntu en Windows, daarna in de Windows boot loader tussen Windows en Wubi Ubuntu, en daarna weer in GRUB tussen de verschillende mogelijkheden van Wubi.

Zelf houd ik het voorlopig op dual boot, want helemaal zonder Windows kan ik nog niet. Maar voor iemand die Ubuntu eens probleemloos wil uitproberen lijkt Wubi de beste optie. Je hoeft je systeem niet te verbouwen (zoals bij dual boot), je bewerkingen gaan niet verloren (zoals bij Live CD) en je hebt optimale prestaties (in tegenstelling tot Live CD en Virtualisatie).

(Dit artikel verscheen ook op Transparante Zaken)

woensdag 10 juni 2009

Microsoft Surface

Naast de Microsoft Sphere is er nu ook de Microsoft Surface. Ik heb me verbaasd over dit filmpje: waarom blijft het nu bij speeltjes? Waarom geen serieuze toepassingen? Want nu heb je als Microsoft zo'n mooie technologie, en dan heb je er geen killer application voor. Het apparaat is gericht op de zakelijke markt, maar de applicaties zijn vooral leuk voor thuisgebruik.

En de mogelijkheden zijn eindeloos. Want het apparaat leent zich bij uitstek voor het ondersteunen van rondetafelbesprekingen, en als we ergens veel tijd aan besteden in het bedrijfsleven, dan is het dat wel. Het apparaat lijkt me ideaal voor brainstormen, waarbij je allemaal ideeën op een hoop gooit en elkaars ideeën oppikt en combineert. Vanwege het medium kan je "op een hoop gooien", "oppikken" en "combineren" op allerlei manieren interessant visualiseren.

Of denk aan een keukenshowroom. Zou het niet leuk zijn als je een applicatie voor de Surface had zoals de Ikea 3D Keukenplanner? Dan kan je samen met de verkoopmedewerker om je ontwerp zitten en het samen verbeteren.

Zoals eerder gemeld, zijn er allerlei andere ontwikkelingen op dit gebied. En hoewel de combinatie van camera's en oppervlaktesensoren van de Surface al een krachtige combinatie vormen, zou de toevoeging van eye-tracking daar nog 3D-mogelijkheden aan toevoegen.

Ik ben erg benieuwd wat er van dit Microsoft-product zal komen.

woensdag 20 mei 2009

Palm Pre

Mijn favoriete PDA is altijd de Palm geweest. Ik heb verschillende modellen (letterlijk) versleten: mijn eerst was een Palm III (stuk gevallen), daarna volgde de Palm V (verdronken), toen de Palm m500, en tenslotte de Palm Tungsten (gestolen). De apparaatjes waren altijd mooi slank, en de software was praktisch en uitbreidbaar. Er waren bergen applicaties te vinden op het internet, vaak gratis.

Prachtig dus, totdat... er ook met PDA's gebeld moest worden. Toen werden Palm PDA's ineens log en hadden ze lelijk uitstekende antenne's. Ook de kwaliteit van de telefoons was niet altijd denderend. Dus stapte ik over op een SmartPhone met Windows Mobile. Ook al omdat ik eens aan den lijve wilde ondervinden of WM nu inderdaad zo slecht was als ik altijd dacht.

En dat was het. Ik heb twee HTC-toestellen gehad. Prima apparaten, maar zeer matige software. Het werkt allemaal net niet zoals ik het wil. Ik heb niet de flexibiliteit om dingen te doen, zoals ik het wil. Het moet zoals Microsoft het wil. Het voelt alsof je werkt met een besturingssysteem voor de desktop die met veel kunst- en vliegwerk in een telefoon is gepropt.

De verleiding om een iPhone aan te schaffen werd steeds groter, maar het gesloten karakter stond me tegen. Als ik een apparaat koop, wil ik zelf kunnen bepalen welke software er op komt.

En sinds enige tijd is er een belofte die een eind moet maken aan mijn dilemma's: de Palm Pre komt er aan. Qua ontwerp sterk gerelateerd aan de iPhone en het besturingssysteem webOS is evenals PalmOS een eigen ontwikkeling van Palm en is bovendien gebaseerd op Linux.

Na maanden van lekkermaken heeft Palm nu eindelijk de datum vrijgegeven waarop de Pre beschikbaar komt. Voorlopig alleen in de VS en alleen bij Sprint, maar toch weer een stapje dichterbij.

woensdag 29 april 2009

Google 2.0?

Vandaag zocht ik op Google en zag ik drie nieuwe icons:


Met de eerste kan je de hit promoveren, met de tweede kan je hem verwijderen en met het wolkje kan je een opmerking plaatsen.

Hoe simpel het idee ook is, als Google hun gebruikers kan bewegen de zoekresultaten handmatig te beoordelen, zal dat een goudmijn voor ze worden. Ze kunnen daarmee hun diensten namelijk enorm verbeteren.

dinsdag 31 maart 2009

Open source auto

Er wordt hard gewerkt aan een open source auto, die de komende dagen te zien zal zijn op de Auto RAI. Komt dat zien!

dinsdag 24 maart 2009

Het Nieuwe(?) Werken

Het Nieuwe Werken duikt overal op, maar is misschien zo nieuw nog niet. Het is in mijn ogen een bestaand concept dat wordt geïmporteerd in nieuwe domeinen.

Dat bestaande concept vinden we in de ontwikkeling van Open Source Software (OSS). Daar wordt al decennia gewerkt aan hoogwaardige software, door mensen die verspreid zijn over de hele wereld, die elkaar vaak nog nooit hebben ontmoet, en met verschillende motivaties aan een product bijdragen.

In de loop der jaren hebben zich in die context verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Mailing lists voor groepsdiscussies, centrale opslag van bestanden met versiebeheer, websites om het product te presenteren aan het grote publiek, noem ze maar op. Deze hulpmiddelen zijn er niet zomaar, en de behoeften die zij vervullen kunnen vaak eenvoudig worden vertaald naar Het Nieuwe Werken.

Als we willen weten wat er nodig is voor het Nieuwe Werken, kunnen we dus inspiratie vinden bij OSS projecten. Voor een succesvol OSS project zijn de volgende voorwaarden voor mij de belangrijkste:
  • OSS begint meestal met één persoon die uitgroeit tot een gerespecteerde architect. Denk aan Richard Stallman (GNU), Linus Torvalds (GNU) en Larry Wall (Perl). Deze persoon heeft een beeld van wat hij wil en weet andere mensen te motiveren hieraan bij te dragen. Hij is in staat de divergerende krachten binnen het projecten samen te brengen.
  • Every good work of software starts by scratching a developer's personal itch.
    De software moet aan een duidelijke definieerbare behoefte voldoen. Dit maakt het voor potentiële medeontwikkelaars makkelijker om te beoordelen of het voor hen zinvol is om aan het product bij te dragen.
  • Een OSS project moet al bij het begin een plausible promise hebben. Dit is een stukje software dat al de essentie van het eindproduct in zich heeft. Dit geeft ontwikkelaars een startpunt waarop ze verder kunnen bouwen.
  • Een OSS project heeft een levendige community nodig. Deze gemeenschap van ontwikkelaars zorgt voor het programmeren, voor het schrijven van documentatie, het oplossen van ontwerpvraagstukken, enz. Deze gemeenschap ontleent zijn structuur aan de status van de leden. Status verkrijg je door de kwantiteit en kwaliteit van je bijdragen. Het is dus belangrijk dat zichtbaar is wie wat heeft bijgedragen.
  • Een OSS project heeft gebruikers nodig, want succes motiveert. Bovendien helpen gebruikers bij het vinden van bugs. Het vinden van bugs is één van de meest tijdrovende aspecten van softwareontwikkeling, en actief betrokken eindgebruikers kunnen een belangrijk deel van dit werk op zich nemen.
  • Linus Torvalds, de geestelijk vader van Linux, heeft drie duidelijke stelregels:
    • release early, release often
      Dit maakt de voortgang van het project zichtbaar voor iedereen en laat bovendien zien waar het project heen gaat
    • delegate everything you can
      Als eigenaar van een complex stuk software, zoals de Linux kernel, kan je onmogelijk alles zelf doen. Een goede leider van een Open Source Project zal daarom proberen zoveel mogelijk taken te delegeren.
    • be open to the point of promiscuity
      Dit is noodzakelijk om het vertrouwen in stand te houden tussen mensen die elkaar nooit in de ogen kunnen kijken. Alle discussies zijn dus plenair, er vindt geen achterkamertjesoverleg plaats, en iedereen kan zijn mening geven. Het statussysteem zorgt er voor dat dit niet tot chaos en anarchie leidt.

maandag 23 maart 2009

Robotic fish

Het is verre van nieuw (het filmpje stamt uit 2005), maar ik had het nog niet eerder gezien, en het ziet er geweldig uit:

Meer info.

zaterdag 21 maart 2009

Open samenleving

(Ook verschenen in Livre)

Al sinds het prille begin gebruik ik open source software. Omdat ik niet wens te betalen voor iets dat ik ook/beter gratis kan krijgen, maar zeker ook omdat het technische aspect van het ontwikkelmodel en filosofische aspect van de vrijheid me aanspreken.

Ik heb er dan ook nooit aan getwijfeld dat open source software een blijvertje was. Om te beginnen, omdat het achteraf gezien al sinds het begin van de automatisering een rol had gespeeld en bovendien omdat het gedistribueerde karakter van de open source gemeenschap het bijna onuitroeibaar maakt. Waar softwaregiganten concurrende bedrijven buiten spel kunnen zetten door ze domweg op te kopen of dood te procederen, is de open source gemeenschap ongrijpbaar. Maar het allerbelangrijkste argument om in het succes van open source te blijven geloven was de constante groei die je vanaf het begin kon zien en die tot de dag van vandaag doorzet.

Dus heeft het mij nooit verbaasd dat open source software nog steeds leeft en nog steeds met de dag beter wordt. Waar ik wel vol verwondering naar heb zitten kijken is de maatschappelijke impact van deze ontwikkelingen:
  • Het woord "communities" verwijst niet langer uitsluitend naar groepen ontwikkelaars rond een open source toepassing. Tegenwoordig is er een community voor iedereen, getuige het enorme succes van bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een community voor.
  • Op het NOiV jaarcongres 2009 merkte Tristan Nitot van Mozilla Europe op dat in een wereld die open in verbinding is, open standaarden samenwerking en innovatie mogelijk maken. De manier van samenwerking in open source projecten wordt nu echter ook buiten het softwarewerldje toegepast. Denk aan open content, open innovatie en open besluitvorming.
  • De nerd is populair geworden. Nerds hebben zelfs hun eigen events. Gadgets zijn niet meer voor pukkelige techneuten, maar een gangbaar onderwerp op verjaardagsfeestjes. Sterker nog: zonder iPod en iPhone doe je eigenlijk niet meer mee.
En de laatste tijd is de duurzame trend aan deze mix toegevoegd. Hiermee kunnen de, voornamelijk web-based, ontwikkelingen meeliften op een breder wordenden sociale beweging. Op het NOiV jaarcongres 2009 ging Aad Koppenhol van Sun Microsystems Nederland zelfs zo ver om te stellen dat openheid en standaardisatie onderdeel uitmaken van het nieuwe, duurzame economische systeem waar we naar toe gaan nu ons huidige economische systeem failliet is.

In zo'n systeem is de consument producent geworden en de burger bestuurder. De burgers willen een transparante overheid, waarvan ze begrijpen waarom dingen gaan zoals ze gaan en waarop ze meer invloed kunnen uitoefenen dan alleen via het stemhokje. Die wens was er natuurlijk altijd al, maar nu is er de technologie die dat mogelijk maakt en biedt open source softwareontwikkeling een referentie die heeft aangetoond dat het werkt.

woensdag 18 maart 2009

Sci-Fi Tripod

Laatst schreef ik al over de mogelijkheid om met een Wiimote een digitaal whiteboard te maken. Natuurlijk heb ik zelf geprobeerd of het werkte als beloofd. En dat deed het, al had ik een wat eenvoudige 'pen'.

Dus heb ik een luxere pen gekocht, samen met een houdertje waarmee je de Wiimote op een statiefje kan plaatsen. Als statiefje heb ik de Joby Gorillapod gekocht. Een geweldig flexibel ding met handige grijparmpjes, waardoor het er ook nog eens heel hip uit gaat zien:


Het resultaat doet me sterk denken aan sci-fi tripods, waarbij het qua afmetingen nog het meest lijkt uit de speurdertjes in Minority Report.

dinsdag 17 maart 2009

Real coding survey

SE folklore put up this survey that tests application in the field of some generally accepted design rules. They will make the results available to the public and I am curious about the outcome, so please spend 10 of your precious minutes.

(source)

woensdag 11 maart 2009

5 current developments in augmented reality

One of the cool things about Twitter is it's constant stream of inspiration. The past few weeks I received a number of tweets about developments in augmented reality, so I decided to put together a list for your convenience. They're all videos, so check out the links!

1. Johnny Lee Wii hacks

Johnny shows how you can turn your beamer and whiteboard into an digital, interactive workspace with only about $60 of extra hardware. It's not really augmented reality yet, but it's easy to see how it could fit.
(addition, March 12: Atlas Gloves uses normal LEDs and a webcam in a similar setup)

2. Eye tracking

Adding eye tracking to the mix enables a whole new set of features, like emulating 3D. This article shows the 3D baseball cards that are available in the US. When I think of the recent soccer cards craze in The Netherlands, this could be a real winner.

3. Microsoft

This demo by Microsoft shows another application in the real world. The display information about video objects in your video stream. The bubble flow is really cool. No more getting lost in hospitals.

4. Facial recognition

Facial recognition is somewhat controversial, but has a lot of potential. No more business cards, but instantaneous information about anyone you meet.

5. Sixth Sense

The Sixth Sense experiment combines many of the technologies above, and adds portability. This lets you interact with any object in the real world, and do all sorts of interesting, digital stuff with it.

'Praktijkervaring'

Gisteravond veegde ik het water van ons tijdelijke terras af. Het had hard geregend en er lagen dus flinke plassen. Omdat het een tijdelijk terras was hebben we er namelijk geen zand onder gestort en hebben we ook weinig aandacht besteed aan de afwatering en aan het egaal maken van de ondergrond.

Daar bespaarden we tijd en kosten me, en dat leek op dat moment een goed idee. Maar nu moeten we dus na elke bui de plassen in de vijver vegen. Dat kost op zich weinig tijd, maar loopt na een paar maanden behoorlijk op.

Maar gaat dat in de ICT ook niet vaak zo? Hoe vaak worden er geen systemen onder druk van tijd en geld maar een beetje halfslachtig neergezet? Te vaak naar mijn gevoel. Vandaar de bekende spreuk "Er is nooit tijd/geld om het goed te doen, maar altijd om het over te doen".

Vandaar het 80/80-probleem: 80% van het IT-budget wordt besteed aan het onderhoud van bestaande systemen en 80% van de storingen worden veroorzaakt door menselijke fouten.

Wat zou er gebeuren als we onze systemen zo ontwierpen dat onderhoud moeiteloos wordt en menselijke fouten worden uitgesloten. Een utopie, ik weet het, maar vaak worden systemen ontworpen zonder ook maar aan deze aspecten te denken. Vaak gaat tijd/geld/aandacht op aan functionaliteit en blijft er weinig over voor onderhoudbaarheid, beheerbaarheid, en al die andere -heden en -teiten.

Dat lijkt op dat moment verstandig, of misschien zelfs noodzakelijk en onvermijdbaar, maar uiteindelijk sta je na elke bui je straatje schoon te vegen.

vrijdag 6 maart 2009

Open Source Software praktijkvoorbeelden

Tijdens het NOiV jaarcongres 2009 is een groot aantal praktijkvoorbeelden van de invoering van open standaarden en open source software de revu gepasseerd. Een paar wil ik er hier uit lichten:
  • Eén van de hoofdsprekers van een systeemarchitect was de Franse gendarmerie, waar 70.000 werkplekken zijn gemigreerd naar open source software. Deze actie maakte onderdeel uit van een complete herinrichting van hun ICT op basis van centralisatie en open standaarden (invoering van open source software was daarvan een gevolg). Door deze herinrichting hebben ze 70% op hun kosten bespaard, waarbij de kwaliteit gelijk is gebleven of zelfs verbeterd is.
  • Bij de Europese aanbesteding voor een nieuw CMS door de Gemeente Groningen was OSS niet vereist (wel gewenst). Na objectieve beoordeling bleken alle paketten uit de top 4 uit OSS te bestaan. Waar OSS een eerlijke kans krijgt, is 'positieve discriminatie' dus helemaal niet nodig, maar wint OSS gewoon op eigen kracht. En zo moet het ook: dat de beste moge winnen.
  • Veel organisaties zijn bang voor OSS, omdat ze 'as is', zonder garantie, worden geleverd. Contracten met leveranciers van gesloten software zijn echter vrijwel altijd 'best effort' afspraken, waarin de leveranciers beloven hun best te doen, maar verder alle verantwoordelijkheid van de hand wijzen. Als je als gebruiker van hun software tegen een probleem aanloopt is de beste reactie waar je op mag hopen dat het probleem 'in een volgende release' wordt opgelost. Sommige klanten beëindigen zelfs hun onderhoudscontracten, omdat ze vinden dat ze geen waar voor hun geld krijgen. Het vrijgekomen budget gebruiken ze vervolgens om de migratie naar OSOSS mogelijk te maken.

NOiV jaarcongres 2009

(Dit artikel is ook gepubliceerd op Livre)

Gisteren was ik bij het NOiV jaarcongres 2009 in het Mediaplaze van de Jaarbeurs in Utrecht. Een goed verzorgde en interessante dag op een geweldige locatie.

De belangrijkste indruk die ik van de dag heb overgehouden is dat aanwezige overheden, ondanks kritiek in de media, serieus bezig zijn met open standaarden (en in iets mindere mate met open source). Deels omdat het nu eenmaal is voorgeschreven door het kabinet, maar ook omdat ze langzaam de voordelen beginnen in te zien. De cases van succesvolle toepassing van open standaarden en open source software (OSOSS) stapelen zich op, en het vertrouwen dat ze hun beloften waar gaan maken neemt dus toe. Dat wil niet zeggen dat alles vlekkeloos verloopt (verre van dat), maar de goede wil is er!

In de loop van de dag heb ik de belangrijkste voordelen verzameld die van OSOSS worden verwacht:
  1. Je betaalt alleen voor diensten die je daadwerkelijk afneemt, waardoor de prijsopbouw veel transparanter en eerlijker wordt.
  2. Je vergroot je leverancieronafhankelijkheid, wat meestal nog geen merkbare voordelen heeft bij de aanvankelijke aanschaf van de software, maar vooral zijn vruchten afwerpt op het moment dat een contract verlengd of vervangen moet worden.
  3. Met open standaarden verhoog je de interoperabiliteit van je systemen. Als de politie haar systemen op open standaarden baseert, wordt het ineens veel eenvoudiger om ook de douane toegang te geven tot dezelfde gegevens. Deze toegenomen interoperabiliteit vraagt overigens wel extra aandacht voor beveiliging van systemen.
  4. Bij open source software is de veiligheid beter te controleren, omdat je onder de moterkap kan kijken hoe e.e.a. werkt. Hierdoor hoef je leveranciers niet meer op hun blauwe ogen te geloven en kun je zelf bijvoorbeeld stemmachines controleren op verborgen achterdeurtjes.
  5. Open source waarborgt continuïteit, doordat de broncode overgenomen kan worden door een andere partij als de huidige leverancier zijn verplichtingen niet meer na kan komen. Het standaard voorbeeld is Netscape dat haar browser vrijgaf toen ze de concurrentie met Internet Explorer niet meer kon volhouden. Door deze gift hebben we nu Firefox.
  6. Open source software heeft vaak veel meer ontwikkelaars en testers dan welk bedrijf ook er op zou kunnen zetten. Zo heeft Mozilla maar tachtig ontwikkelaars in dienst voor Firefox, maar werken tweehonderd ontwikkelaars aan deze browser, zijn er duizenden 'nightly build' testers en tienduizenden verdere testers. De precieze getallen weet ik niet zeker meer, maar het idee is duidelijk: zelfs Microsoft heeft geen duizenden testers in dienst die elke dag de nieuwste wijzigingen testen.
  7. Open source software kent snelle innovatie / korte turn-around tijd. Dit komt onder andere door het grote aantal ontwikkelaars die met de software kunnen doen wat ze willen. Elke ontwikkelaar past de software aan zijn eigen behoeften aan en de beheerder van het pakket bepaalt welke aanpassingen zinvol zijn voor het brede publiek. Hij kan elke ronde dus kiezen uit een berg verbeteringen.
    Wat de ontwikkeling van open source software ook snel maakt, is de wereldwijde spreiding van de ontwikkelaars en testers. Als ik vandaag een bug oplos, wordt deze aan de andere kant van de wereld getest terwijl ik lig te slapen, en heb ik morgenochtend feedback.
  8. Investeringen in OSS blijft binnen de lokale economie, terwijl investeringen in gesloten software vaak direct naar de VS gaan.
Maar hoe stap je nu over op OSOSS? Ook daarover bestaat inmiddels al grote overeenstemming. Eén van de belangrijkste lessen is dat open standaarden en open source software alles met elkaar te maken hebben. Open source software is 'van nature' vaak al gebaseerd op open standaarden, omdat ontwikkelaars van open source software alle belang hebben bij interoperabiliteit. Andersom: als je open standaarden eist, krijg je open source software vaak vanzelf. Mede daarom ligt de nadruk binnen de overheid op dit moment op open standaarden en is open source software 'slechts' een wens.

Verder is iedereen het er over eens dat het invoeren van OSOSS een serieuze en kostbare inspanning is net als elke andere systeemmigratie. Het is leveranciers van closed source software (CSS) er immer alles aan gelegen is om elke migratie zo moeilijk mogelijk te maken. Dat was nu juist de reden om over te stappen. En de geruststellende gedachte is dat je toekomstige migraties door de overstap op OSOSS veel minder pijnlijk maakt.

De belangrijkste stappen voor OSOSS-migratie zien er als volgt uit:
  1. voorsorteren:
    1. beschrijf de huidige situatie, de gewenste situatie en het pad daartussen
    2. ruim innovatieblockers op
    3. schaf geen nieuwe CSS aan en beëindig lopende contracten
    4. breng eigen aanpassingen in kaart 
(tools, scripts, forms, koppelingen met/tussen CSS applicaties)
  2. migreer individuele applicaties
    1. frontend: firefox, thunderbird, Open Office, etc.
    2. backend: RDBMS, webserver, printerserver, etc.
  3. migreer besturingssysteem

    hier zou de gebruiker niets van moeten merken

maandag 2 maart 2009

Wat maakt Twitter Twitter

Wat maakt Twitter Twitter? Wat maakt het anders en nieuw?

Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Twitter is een typisch geval van een slimme hercombinatie van bestaande technieken.

Twitter is openbaar zoals nieuwsgroepen, in de zin dat iedereen met iedereen mee kan lezen. Dit maakt Twitter geschikt om nieuwe contacten te leggen, maar het zorgt ook voor een hoge ruis/signaal-ratio.

Twitter is beknopt zoals SMS, in de zin dat berichtjes niet langer mogen zijn dan 140 karakters. Dit maakt Twitter bondig, maar ook oppervlakkig. De diepgang kan echter eenvoudig worden vergroot door links of plaatjes toe te voegen. Hierdoor wordt Twitteren een soort koppensnellen.

Twitter is zowel synchroon zoals MSN als asynchroon als email. De persoon die je probeert te bereiken hoeft niet online te zijn om een Tweet te kunnen ontvangen, maar als hij wel online is kan hij snel reageren. Dit maakt Twitter flexibel.

Twitter is viraal als een kettingbrief, omdat het heel eenvoudig is om berichtjes door te sturen. Dit maakt Twitter tot het ideale netwerkmedium.

Twitter is vluchtig in de zin dat berichtjes voorbij flitsen en dan meteen weer weg zijn. Je kunt oudere berichten wel terugzoeken, maar voor je daar aan toe bent, komt alweer een nieuw bericht binnen. Dit maakt Twitter actueel.

Oude wijn in nieuwe zakken, of briljant in zijn eenvoud? Zegt u het maar.

zaterdag 28 februari 2009

Standaard?

Deze week kwam ik in een discussie terecht over standaarden. Het gaat in dit concrete geval om een standaard waar door consultants hard voor gelobbied wordt, en die door overheden en verwante organisaties wordt overgenomen.

Mijn uitgangspunt is altijd dat elke standaard beter is dan geen standaard. Een techniek hoeft niet perfect te zijn, om standaard te kunnen worden. Van elke techniek zijn immers wel nadelen te noemen. Van de standaard die het hier betreft zijn ook vele nadelen te noemen, maar dat hoeft geen beletsel te zijn om het een succesvolle standaard te maken. Al zou het eerlijk gezegd mijn keuze niet zijn geweest.

Maar bij mijn instelling dat elke standaard beter is dan geen standaard, hoort ook dat een eenzijdig bepaalde standaard geen standaard is. De overheid kan prima een techniek dwingend voorschrijven, maar dan is het een wet, en geen standaard.

In dit geval is de standaard vastgesteld door de opdrachtgevers, terwijl de standaard van de opdrachtnemers een heel andere is. De overheden hebben deze standaard gekozen, omdat ze vonden dat de industrie niet hard genoeg opschoot met het samen vaststellen van een standaard. Maar terwijl de overheden bezig waren om dan maar hun eigen standaard te bepalen, is binnen de industrie een de-facto standaard ontstaan.

Dus nu zitten we met de rare situatie dat de ene techniek eenzijdig tot standaard is gebombardeerd, terwijl de andere techniek in operationele systemen wordt gebruikt. De komende jaren worden interessant.

vrijdag 27 februari 2009

Twitter netwerk visualisatie

Twitter is leuk. Ik heb er nieuwe contacten mee opgedaan en veel tijd aan verloren.

Het is als chatten, maar dan publiek. Iedereen kan meelezen. Dat maakt het tot het ideale netwerk-medium. Niet echt mijn ding, normaal gesproken, maar in deze vorm dan toch weer wel.

Maar het is moeilijk om inzicht te krijgen in je netwerk. De mensen die één stap van je verwijderd zijn, ken je wel. Maar wie daarachter zitten is een stuk minder inzichtelijk. Om nog maar te zwijgen over de lagen daar weer achter.

Daarom heb ik een tooltje gemaakt die dat inzichtelijk maakt.



Ik vraag me af of hier behoefte aan is en of al niet zoiets bestaat. Ik heb in elk geval niets kunnen vinden dat er op lijkt.

Wiiteboard

Een interactief, digitaal whiteboard voor een paar tientjes extra. Als je tenminste al een computer en een beamer hebt.



Ik heb het geprobeerd, en het werkt. De Wiimote kost €40 bij de electronicaboer om de hoek en de IR-pen kan je online krijgen. Ik heb nu een goedkope, en dat merk je, dus ik heb een duurdere besteld.

Volgens mij heeft dit potentie.

dinsdag 17 februari 2009

Twitter

Vandaag heb ik een Twitter-account aangemaakt. Ik ben benieuwd of het inderdaad zo opwindend en nieuw is als de hype ons wil doen geloven.

De draad maar weer eens oppakken

Ik had een blog op een andere site. Helaas kreeg ik andere prioriteiten, waardoor het na enige tijd stilviel.

Nu wordt het tijd om de draad weer op te pakken. Ik heb de posts van mijn oude blog overgenomen (wel in het Engels, maar dat laten we maar even zo).