dinsdag 24 maart 2009

Het Nieuwe(?) Werken

Het Nieuwe Werken duikt overal op, maar is misschien zo nieuw nog niet. Het is in mijn ogen een bestaand concept dat wordt geïmporteerd in nieuwe domeinen.

Dat bestaande concept vinden we in de ontwikkeling van Open Source Software (OSS). Daar wordt al decennia gewerkt aan hoogwaardige software, door mensen die verspreid zijn over de hele wereld, die elkaar vaak nog nooit hebben ontmoet, en met verschillende motivaties aan een product bijdragen.

In de loop der jaren hebben zich in die context verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Mailing lists voor groepsdiscussies, centrale opslag van bestanden met versiebeheer, websites om het product te presenteren aan het grote publiek, noem ze maar op. Deze hulpmiddelen zijn er niet zomaar, en de behoeften die zij vervullen kunnen vaak eenvoudig worden vertaald naar Het Nieuwe Werken.

Als we willen weten wat er nodig is voor het Nieuwe Werken, kunnen we dus inspiratie vinden bij OSS projecten. Voor een succesvol OSS project zijn de volgende voorwaarden voor mij de belangrijkste:
  • OSS begint meestal met één persoon die uitgroeit tot een gerespecteerde architect. Denk aan Richard Stallman (GNU), Linus Torvalds (GNU) en Larry Wall (Perl). Deze persoon heeft een beeld van wat hij wil en weet andere mensen te motiveren hieraan bij te dragen. Hij is in staat de divergerende krachten binnen het projecten samen te brengen.
  • Every good work of software starts by scratching a developer's personal itch.
    De software moet aan een duidelijke definieerbare behoefte voldoen. Dit maakt het voor potentiële medeontwikkelaars makkelijker om te beoordelen of het voor hen zinvol is om aan het product bij te dragen.
  • Een OSS project moet al bij het begin een plausible promise hebben. Dit is een stukje software dat al de essentie van het eindproduct in zich heeft. Dit geeft ontwikkelaars een startpunt waarop ze verder kunnen bouwen.
  • Een OSS project heeft een levendige community nodig. Deze gemeenschap van ontwikkelaars zorgt voor het programmeren, voor het schrijven van documentatie, het oplossen van ontwerpvraagstukken, enz. Deze gemeenschap ontleent zijn structuur aan de status van de leden. Status verkrijg je door de kwantiteit en kwaliteit van je bijdragen. Het is dus belangrijk dat zichtbaar is wie wat heeft bijgedragen.
  • Een OSS project heeft gebruikers nodig, want succes motiveert. Bovendien helpen gebruikers bij het vinden van bugs. Het vinden van bugs is één van de meest tijdrovende aspecten van softwareontwikkeling, en actief betrokken eindgebruikers kunnen een belangrijk deel van dit werk op zich nemen.
  • Linus Torvalds, de geestelijk vader van Linux, heeft drie duidelijke stelregels:
    • release early, release often
      Dit maakt de voortgang van het project zichtbaar voor iedereen en laat bovendien zien waar het project heen gaat
    • delegate everything you can
      Als eigenaar van een complex stuk software, zoals de Linux kernel, kan je onmogelijk alles zelf doen. Een goede leider van een Open Source Project zal daarom proberen zoveel mogelijk taken te delegeren.
    • be open to the point of promiscuity
      Dit is noodzakelijk om het vertrouwen in stand te houden tussen mensen die elkaar nooit in de ogen kunnen kijken. Alle discussies zijn dus plenair, er vindt geen achterkamertjesoverleg plaats, en iedereen kan zijn mening geven. Het statussysteem zorgt er voor dat dit niet tot chaos en anarchie leidt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen